Alleen op de wereld…

Onze oudste zoon reist in z´n eentje een maand door Japan. Ik moet veel aan ´m denken, hoe hij dat zal ervaren die heel andere cultuur van Japan en of ie zich daar weet te redden. Hij komt in de grote steden, zoals Tokio, Kyoto, Nagasaki en Osaka en reist door kleine dorpen in het binnenland. Uit z’n mails blijkt dat ‘t hem uitstekend bevalt. Zo´n mailtje stelt je als ouder gerust. Je denkt onwillekeurig toch aan wat er allemaal mis kan gaan bij zo’n verre reis.

Eerder, al heel wat jaren geleden, reisde onze jongste zoon een halfjaar als backpacker,  door Australië. Een overgetelijk ervaring, waar hij nog vaak over spreekt. Het is beslist niet allemaal prachtig zo’n reis, je bent helemaal aan jezelf overgeleverd en de contacten tijdens zo’n reis zijn meestal nogal vluchtig. Maar het was de mooiste reis van z´n leven.

Ik denk dat het eigenlijk heel goed is, of je nou jong of oud bent, om een tijd op zo’n manier alleen te reizen ‘in den vreemde’. Je leert jezelf kennen, je doorzettingsvermogen en frustratietolerantie worden bij jezelf uitgetest en het ontdekken van andere culturen is altijd verrijkend. Je leert dat de wereld heel wat groter is dan dat kleine Nederland.

Onwillekeurig moet ik dan denken aan ‘Robinson Crusoe’, het mooie avonturenboek van Daniel Defoe, geschreven in 1719. Als kind verslond ik dat boek. Robinson ontvlucht het ouderlijk huis(zijn vader wil dat hij een rustig leven gaat leiden) en gaat varen. Na een woeste zeereis vergaat het schip en beland hij als schikbreukeling op een eiland, waar hij weet te overleven. Het is een mooi boek dat tot de verbeelding spreekt.
Ook Siddhartha van Herman Hesse is zo´n roman over een jongeman die het ouderlijk huis verlaat en op reis gaat en de waarden van het leven ontdekt. (het boek gaat over de leven van de jonge Boedhha)

Dat mijn oudste zoon naar Japan is gegaan roept bij mijzelf natuurlijk ook wel beelden op van de japanse internering van mijn moeder en zusje in Nederlands-Indië tijdens WOII. Voor veel mensen die die kamptijd hebben meegemaakt was het na de oorlog not-done om japanse electronicaprodukten of japanse auto’s aan te schaffen vanwege hun haat tegen de japanners. Laat staan daar een vakantie door te brengen.

Maar inmiddels zijn we een halve eeuw verder en jongeren zijn gelukkig niet belast door dat soort oorlogsherinneringen. Dat is maar goed ook. Ben benieuwd naar zijn verhalen als ie weer voet heeft gezet op Nederlandse bodem. Goed dat hij voor die reis, die nieuwe ervaring in zijn leven, gekozen heeft!

Geplaatst in Reizen | Tags: | 2 reacties

Nur das dasein…..!

Mijn vrouw kan op momenten van grote tevredenheid Heidegger citeren en verzuchten: ‘Nur das dasein…..!‘. Het zijn momenten van gelukzaligheid en tevredenheid.

Als 60-plussers die niet meer actief deelnemen aan het arbeidsproces kunnen we tevreden terugblikken op ruim 42 jaar van noeste arbeid. Rijen van collega’s, werksituaties, werklocaties, gezichten, namen, situaties, het is allemaal verdwenen in de vergetelpot van ons eigen biografisch geheugen. Steeds meer realiseer je je dat de tijd vele sporen wist en allerlei momenten uit dat arbeidszame leven niet meer opgeroepen kunnen worden. Ons geheugen heeft die data gewist en blijkbaar als minder belangrijk voor ons eigen leven aangeduid. We kunnen aan dat geheugen zelf geen sturing geven. Iets in ons brein regelt wat wel en wat niet als waardevolle informatie behouden dient te blijven in het geheugen. Een magisch en raar proces is dat.

Op volstrekt willekeurige momenten kan er iets zijn dat associeert met een eigen herinnering. Iets op straat, een geur, lichtval of een oude foto en plotseling dringt een herinnering zich aan je op, als een luchtbel die van de bodem van een beekje onder een steen tevoorschijn komt en naar de wateroppervlakte kringelt.

Het meest bijzondere van het niet meer hoeven werken is de druk die uit je hoofd verdwijnt. De pressie om telkens weer, op wat voor manier dan ook, iets te moeten presteren is helemaal weg. En dat is een behoorlijk verbetering van je eigen geestelijke volksgezondheid! Geen gejaag of gehaast, geen deadlines, niet meer in files hoeven staan, geen vergaderingen meer. Niets ‘moet’ meer. Er is ‘rust in de kop’. En dat is een heerlijke ervaring.

Wat ook bijzonder is, is dat je meer oog krijgt voor de verandering in de natuur, je eigen leefomgeving en je dingen opvallen waar je vroeger aan voorbijging. Wandelen door het stadspark wordt een groot genoegen of het simpelweg op een bank zitten en het leven een beetje gadeslaan. En er is alle tijd voor verdieping, voor bewondering en voor het ervaren van alles wat het leven de moeite waard maakt.

We hopen ´t nog lang te mogen beleven. Al is er de wetenschap dat ééns het doek valt en ons eigen bewustzijn dooft. Nicht langer das dasein, aber eins mit allem im Kosmos!
Maar ja, voorlopig houden we Magere Hein maar op flinke afstand en genieten we van dit mooie leven dat ons geschonken is.

Geplaatst in Gedachten | Tags: , | Een reactie plaatsen

Verenschuddende mannen…..

Mijn vrouw heeft een scherp oog voor kerels die graag indruk willen maken en haantjes-gedrag vertonen. Het is het type man dat graag pronkt met z´n persoonlijke successen, z´n kennis van zaken en zijn persoonlijke opvattingen.

Je komt ze altijd weer tegen. Op feestjes, werkbijeenkomsten, verjaardagen, etc. Ze hebben het hoogste woord en checken bij de aanwezigen of iedereen wel met aandacht luistert wat zij te melden hebben. Ze hoeven niet als macho’s te ogen, maar vormen onbetwistbaar een speciaal soort variant van het geslacht man: ‘de verenschudder’.

Laatste kwam ik er nog een tegen. We moesten allemaal horen hoe graag zijn baas hem nog had willen houden op de zaak. Zelfs de hoogte van de salarisopslag werd ons meegedeeld. Maar nee, hij had ´t allemaal afgewezen om vervroegd met pensioen te gaan. De dames in het gezelschap waren eveneens gestopt met werken, maar hun verhalen deden er natuurlijk niet zo toe, in zijn ogen. Meneer moest alle aandacht.

Veel van mijn sexe-genoten lijden nogal aan dat verenschud-syndroom en meestal wordt hun weinig in de weg gelegd om dat ook breed te etaleren. Het valt me ook altijd weer op dat vrouwen veel meer communiceren of wat zij niét kunnen of waar zij het moeilijk mee hebben, dan mannen. Mannen bewaren hun zwakheden graag voor zichzelf of hoogstens hun partner, maar praten daar niet graag over met andere mannen. Je zou ‘s niet voor vol kunnen worden aangezien.

Hoewel het feminisme en de emancipatiegolf van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw wel het een en ander veranderd heeft, blijf ik de indruk houden dat de verschillen tussen man en vrouw in dat opzicht nog steeds behoorlijk traditioneel zijn. Wat te denken bijvoorbeeld van vrouwen die op verleidelijke wijze op autobeurzen mannen tot aankoop van een auto moeten verlokken en de aantrekkelijke vrouwen die bij sportevenementen zoals de Tour de France de winnaar mogen zoenen. Het is een ingesleten patroon waarbij de vrouw louter de rol van lustobject mag vervullen en de man de hoofdrol mag spelen. In het stenen tijdperk waren de mannen jagers en zaten de vrouwen met het kroost in de holen te ‘zorgen’. Dat evolutionair principe is wellicht nog steeds de basis voor die traditionele rolverdeling tussen mannen en vrouwen.

Maar toch is er veel veranderd. Ik herinner me dat mijn vader, die bij de Marine werkte, geregeld recepties en cocktailparty’s had op z´n werk waarbij de echtgenotes dan acte de presence moesten geven naast manlief. Ze behoorden er dan uiteraard charmant en good-looking uit te zien. Op een gegeven moment was mijn moeder dat hele gedoe volkomen zat om telkens maar ‘op te zitten en pootjes te geven’ als schaduw van manlief. Ze ging niet meer mee, zeer tot ergernis van mijn vader.

Bij de naoorlogse generatie veranderde de boel al behoorlijk.
Mijn vrouw had door haar werk en studie economische zelfstandigheid, een eigen kring van collega´s en vriendinnen en had absoluut niet meer de positie van de ‘huisvrouw’ die haar moeder en mijn moeder waren. Die tijd was voorbij. Maar ondanks die inhaalslag van veel vrouwen, blijven veel mannen toch hanengedrag vertonen en met hun veren pronken. Ingesleten evolutionair gedrag!

Hoe zou dat eigenlijk bij mijzelf gesteld zijn? Ben ik ook een beetje een verenschudder, net als al die andere kerels? Zal ´t m’n vrouw eens vragen…!!

Geplaatst in Gedachten | Tags: | 2 reacties

Niemand is ‘normaal’….

Normale mensen bestaan niet, iedereen is afwijkend van de ander. Hoewel we met z´n allen heel veel gemeenschappelijks hebben, zijn het meestal juist de afwijkende eigenschappen die mensen dierbaar of aantrekkelijk maken. In m´n eigen kennissenkring, vriendenkring en familie, valt ´t me telkens weer op dat we allemaal van die vaste gezegdes hebben, aparte trekjes en eigenschappen die zo heel specifiek zijn voor die éne persoon. Als je mensen lang kent worden ze ook wat voorspelbaar, je kent hun manier van reageren, hun ‘stokpaardjes’, hun voor-en afkeuren. Maar die voorspelbaarheid geeft tegelijkertijd iets vertrouwds. Het maakt ieder uniek.

Zo heb ik een goede vriend die er ‘n uiterst merkwaardig lachje op na houdt. De lach is een soort langgerekte gil. Meer zo van háááááááá , dan hahahaha, zoals mensen doorgaans lachen. Mij valt ‘t niet eens meer op, maar ´n vriendin van m’n zoon die de bewuste vriend op ‘n feestje bij ons hoorde lachen, kwam niet meer bij. Een andere vriend kan op momenten dat hij zeer goed gemutst is plotseling de behoefte hebben om vertrekkende vliegtuigen, passerende treinen en wegscheurende brommers(van verschillende merken!) te imiteren. Ik moet op dat soort momenten altijd heel erg lachen. Ze zijn zó gek, die vrienden van mij!

Vroeger had ik een goede vriend met een zenuwtik. Als hij een pen liet vallen, herhaalde die situatie zich meestal nog twee keer daarna. Ook kon hij één oog plotseling heel wijd open zetten en trekken met z’n mondhoeken. Ik was eraan gewend.

Ook ken ik een man die tijdens het gesprek telkens maar met z´n hand rondjes op z´n voorhoofd zit te draaien. Het oogt wat zorgelijk, maar toch heeft de man geen grote problemen(aan z´n hoofd). Het is gewoon een vaste eigenschap van de man.

Dan zijn er al die specifieke gewoonten. Een collega die altijd als de koffiejuffrouw melk in z´n koffie deed kritisch na zat te roeren of er niet teveel of te weinig melk was toegevoegd. Een andere collega had de gewoonte om als ik een zin uitsprak hij telkens de laatste twee woorden van die zin herhaalde, als een soort bevestiging dat de boodschap overgekomen was. Een ander moest altijd omslagtig z´n keel eerst schrapen voordat er tekst uitkwam. En weer een ander kon nooit bij een bijeenkomst met andere collega´s zijn, omdat hij ´t altijd zo druk had met andere zaken.

Ik heb ook een goede vriend van wie ik weet dat hij bij een stevige rijsttafel in slaap dreigt te vallen. Het overkwam me een keer dat hij tegenover me zat in een indisch restaurant in Den Haag en tegen het eind van de maaltijd slapend op z´n stoel wegzakte. Op m´n werk was er een wethouder die erg last had van de middagdip na de lunch. Tijdens een congres zat hij naast me en dreigde telkens in het gangpad te vallen in slapende toestand. Ik hield ´m heimelijk bij zijn colbertje vast om ´n smak te voorkomen. Het zou z´n reputatie schade kunnen doen. (de goede man werd later overigens nog burgemeester)

Wie lacht niet die de mens beziet…!
´n Afdelingshoofd op het stadhuis in Haarlem, waar ik ooit een aantal jaren werkte, deed verwoed aan yoga. Hij was nogal klein van stuk, en toen ik ´n keer naar z´n werkkamer liep, trof ik ´m daar op z´n hoofd staand naast de prullebak. Hij deed dat, zei ie, omdat hij wat last van hoofdpijn had.

Op dat zelfde stadhuis zag ik de directeur openbare werken een keer tegen een pilaar lopen, terwijl hij tuurde in z’n nota’s. Hij mompelde iets van een excuus tegen de betonnen pilaar(..), mij in verbijstering achterlatend.

Eigenlijk is het alleen maar leuk, al dat ‘afwijkend gedrag’. Wat zou ´t een saaie boel zijn, als iedereen precies hetzelfde was als de ander. Ik zelf ben uiteraard geen uitzondering en zit ook vol eigenaardigheden. Zo heb ik de neiging in gezelschap als de meerderheid bij wijze van spreken voor groen kiest, ik bij voorkeur rood kies, om de discussie wat te prikkelen.  Mijn vrouw weet dat van me en maakt zich er niet druk om. Maar bij iemand die me niet goed kent, kan dat uiteraard tot misverstanden leiden. Ach ja, nobody’s perfect! Ook ik niet.
O ja, ik kan ook nog m’n oor als een soort kroepoek opvouwen. Nou ja…!

Geplaatst in Gedachten | Tags: | Een reactie plaatsen

Pretentieloze Bertje Doperwtje uit Alkmaar

Ik loop door de Alkmaarse binnenstad en zie daar ‘Bertje Doperwtje’ zingen.
Iedereen in Alkmaar kent hem wel, een kleine figuur met groene bolhoed, groen T-shirt en groene klompen aan met een korte spijkerbroek aan en een gitaar in de hand. Of het nu bar koud en winters weer is, of een prachtige zomerse dag, Bertje zingt in de Alkmaarse binnenstad dat het een lieve lust is. Altijd uiterst opgewekt. Nooit chagrijnig.

Ik zie hoe hij een klein jongetje toezingt ‘ Ik ben een klein kaboutje, kaboutertje, kaboutertje‘ zingt Bertje hem toe en je ziet aan de ogen van het jongetje dat hij daar ook helemaal niet aan twijfelt. Bertje ís gewoon een tot leven gekomen kabouter! Dat jongetje weet dat.

Wat is de drijfveer van iemand om het hele jaar door maar wat zingend door het leven te gaan en pret te maken, denk ik bij mezelf? Pretentieloos en gespeend van enige ijdelheid. Een bijzonder figuur die Bertje. Ik heb ´m wel eens gesproken. Aardige intelligente vent.
Hij zou in iedere andere baan ongetwijfeld ook een goede boterham kunnen verdienen, maar hij kiest voor dit leven, het leven op straat, tussen de mensen, z´n inkomsten zullen bescheiden zijn, maar dat deert hem niet.

Van de andere kant zie ik een man aankomen in een smetteloos streepjespak met glanzende lakschoenen eronder. De man straalt verwaandheid uit. Vindt zichzelf ongetwijfeld erg belangrijk. Type makelaar/bankier/notaris. Hij loopt ongeïnteresseerd door de straat. Blik op oneindig.

Ongetwijfeld is de bankrekening van de laatste figuur beter gevuld dan die van Bertje Doperwtje. Maar ja, wie van de twee is een gelukkiger mens……..?????????????

 

Geplaatst in Noord-Holland | Tags: | 1 reactie

Paul McCartney – de minstreel van de 20ste en 21ste eeuw

Ik sta ongeveer 200 meter verwijderd van mijn grote popidool: ex-Beatle Paul McCartney.
Hij speelt vanavond, 24 maart 2012, in Ahoy-Rotterdam en vanwege mijn 64-ste verjaardag heeft een van mijn zoons een kaartje geregeld voor dit concert van deze legendarische figuur uit de popmuziek. We gaan er samen naar toe; hij is ook groot Beatlesfan. De Beatlessong van destijds `When I’m 64′ heeft nu wel een heel bijzondere betekenis voor mij!

Ahoy is volledig uitverkocht. Een 15 duizend koppige menigte zingt de zo bekende Beatles-songs mee. Totaal zal McCartney 42 songs ten gehore brengen die avond.
Ik kijk naar het fenomeen. Hij is niet groot en oogt als bijna 70-jarige ongekend jeugdig.
Alleen de trekken op z´n gezicht verraden dat hij niet meer de jonge Beatle uit de jaren zestig is, waar de meiden gillend achteraan renden als de Beatles optraden. Het is de rijkste man uit de popmuziek met een vermogen van meer dan een miljard euro die zo´n beetje overal ter wereld heeft opgetreden. Zelfs op het Rode Plein in Moskou en in Tokio. Maar het is een man die zichzelf gebleven is en die wars is van valse glamour.

Het is een rare ervaring om zo van vlakbij de persoon aan te kijken die vanaf mijn 14e jaar m´n leven op z´n kop zette. Alsof een vertrouwd familielid even langs is gekomen. Ik heb vrijwel alle LP’s en CD’s van de Beatles en de solo-lp’s en cd’s van de individuele Beatles nadat de groep in 1970 was opgeheven. Ik heb hun biografieën gelezen, de vele documentaires over hun leven bekeken en heel regelmatig klinkt hun muziek weer in ons huis. Vertrouwd, solide, geniaal van compositie, vol kracht, sprankelend en heel afwisselend van sfeer. Met teksten die tot nadenken stemmen.

Aan veel nummers heb ik speciale herinneringen. Ik weet nog waar ik was toen diverse Beatlesnummers uitkwamen. Toen ik met mijn HBS-klas in Madrid was in 1965 kwam ‘Help‘ uit. Toen ik als 17-jarige met twee vrienden in Londen was kwam ‘Strawberry Fields Forever’ uit. Toen ik op kamers zat in Hilversum kwam ‘Stg. Peppers Lonely Hearts Club Band‘ uit, etc. etc. De nummers roepen allemaal associaties bij me op.

John Lennon en George Harrison, beide overleden,  miste ik tijdens het concert, want juist die magische mix van hun talenten maakte de Beatles zo uniek. Lennon was scherp, soms wat cynisch en zat vol frustraties en lastige karaktereigenschappen. Hij had een sterke fantasie en kon bijna surrealistische voorstellingen in Beatlesnummers introduceren zoals in ‘I’m the walrus’, ‘Tomorrow never nows‘ en in ‘Strawberry Fields’Lennon was de revolutionair, de non-conformist, die vaak op een wat anarchistische wijze zijn kijk op de maatschappij weer kon geven en daarnaast ook zijn persoonlijke dillemma´s bezong.

Harrison was diepzinnig en religieus en dacht na over de diepere betekenis van het leven, zoals merkbaar is bij nummers als ‘When my guitar gently weeps’ of ‘Within you without you’. Harrison was een heel sympathieke persoonlijkheid. Bescheiden, niet uit op persoonlijk gewin en een begenadigd gitarist.

McCartney was en is altijd de charmeur gebleven. Optimistisch, hypermuzikaal, zowel een zanger van zoete ballads als een enorme rocker. Niet zo´n ideoloog als Lennon, niet zo beschouwelijk als Harrison. Maar met fabelachtig prachtige composities en begiftigd met een stem waarmee hij zowel liefdesliedjes als wilde rocknummers perfect kan zingen. Van de vier Beatles was hij ook wel het meest de zakenman van de groep en de man die de andere drie bij de les wist te houden. Hij hield de boel bij elkaar en stemde veel met John Lennon af over de ontwikkeling van nieuwe songs en albums. Lennon en McCartney samen was als ‘Yin & Yang’. Twee tegenpolen die samen een enorme energie losmaken en ook een prachtige stemmencombinatie die de unieke Beatlessound geven. Daaraan voegde George Harrison zijn bijzondere diepgang aan toe. Hij was meer de filosoof van de band. Eigenlijk was Ringo Star de oppervlakkigste van de vier. Een goede drummer, meer niet.

McCartney zelf is eigenlijk een soort minstreel binnen de popmuziek. Tijdens dit concert op 24 maart 2012 weet hij ook een goede band met zijn publiek op te bouwen. Spreekt wat Nederlandse woordjes, stimuleert om mee te zingen, etc. Geen spoortje arrogantie of onverschilligheid.

Ik bedacht me hoe zou het zijn om een dag in het geheugen van McCartney te vertoeven. Die enorme hoeveelheid herinneringen aan zowel de start van de Beatles eind jaren vijftig in Liverpool. De komst van Brian Epstein, hun manager destijds die zorgde voor die speciale Beatles-look (haardracht, kraagloze pakken etc.), de wilde jaren in Hamburg waar ze heel veel moesten optreden en met peppillen op de been bleven. En daarna de grote doorbraak in 1963 waarna ze de ene hit na de andere scoorden en zeven jaar lang de absolute top bereikten in de popmuziek van die tijd. De contacten met Bob Dylan en Elvis Presley, de periode in India, de vele studio-opnames samen met productieleider George Martin(die wel eens de 5e Beatle wordt genoemd vanwege zijn grote invloed op hun muziek). Hun grote invloed op de flower-powergeneratie en überhaupt op de jongerencultuur van de jaren zestig en zeventig. De Beatles waren de grote roergangers. Zij gaven de richting aan. Paul McCartney zat samen met John Lennon in het epicentrum van de Beatlesorkaan die de gevestigde orde omver blies. McCartney heeft zoveel in zijn leven meegemaakt, niet te filmen! What a life!

McCartney speelt maar liefst 42 songs op dit concert in Rotterdam en lijkt onvermoeibaar. Hij drinkt geen glas water om op adem te komen, pakt geen handdoek om wat af te koelen, maar speelt in een ruk door, drie uur achter elkaar. Ongelofelijk voor iemand die dit jaar 70 wordt! Menigeen van die leeftijd staat suf een golfballetje te slaan of moet dagelijks al z´n dutje doen. McCartney niet, die speelt nog de sterren van de hemel op zijn leeftijd en blijft zichzelf. Respect!

Met mijn zoon en wat vrienden van hem rijd ik na het concert met de trein terug en hoor hun discussies over Lennon en McCartney. Ze weten er alles van, al zijn ze 30 jaar en dus van een veel jongere generatie dan ik. Ongelofelijk dat de Beatles wat dat betreft nog steeds zo´n invloed hebben op jongeren. Net als ik hebben ze genoten van dit concert en ik heb enorme lol met ze.

De levende legende Paul McCartney speelt 2 dagen later in Zurich, daarna in Antwerpen, Londen, Montevideo, Asuncion, Bogota etc. Kortom hij crost van land naar land met zijn wereldwijde toer. Om het geld hoeft hij ´t niet te doen. Hij wil publiek ‘all over the world’ amuseren met zijn talent. Waarschijnlijk sterft hij ooit in het harnas, op de bühne, tussen twee Beatles-nummers in.

Ik heb ´t mee kunnen maken, mee kunnen beleven, al die muziek,  een oase van creativiteit. McCartney blijft altijd zichzelf. Geen type die met een overdosis in z’n badkamer dood wordt aangetroffen, het lot van menig andere popster. Hij is intelligent en heeft ook een zekere nuchterheid. Laat zich niet gek maken door alle roem en alle rijkdom. Hij houdt zelf de regie op zijn bestaan als superster.

Het ontroerendste moment tijdens het concert vond ik zijn ode aan zijn vriendschap met John Lennon, bezongen in het prachtige nummer ´Here Today`. Dat nummer is hieronder te vinden op YouTube. Dat lied zit nog steeds in mijn hoofd. Het is een typisch McCartney-nummer, heel liefdevol gezongen.

Soms denk ik wel eens, hoe zou ´t allemaal gelopen zijn als die twee elkaar nooit waren tegengekomen, daar in Liverpool op 6 juli 1957 !

 

‘Here today’ : http://www.youtube.com/watch?v=FjwnWU6OsaI
Meer over Paul McCartney: http://nl.wikipedia.org/wiki/Paul_McCartney

Geplaatst in Muziek | Tags: , | Een reactie plaatsen

Antoine Bodar in verwarring..

Antoine Bodar zit op zijn werkkamer in Rome, als de telefoon gaat. De redactie van Pauw en Witteman aan de lijn. Of hij in de uitzending wil komen, vanwege het bericht in de NRC van afgelopen zaterdag dat indertijd jongens in Rooms Katholieke internaten zijn gecastreerd vanwege hun homofilie. De dame van de redactie vertelt dat de reiskosten en de taxi Schiphol-Hilversum Mediapark uiteraard worden vergoed wat ook geldt voor de hotelkosten voor die nacht. Bovendien ontvangt hij een persoonlijke vergoeding voor zijn deelname aan de uitzending. Bodar aarzelt wat, maar stemt tenslotte toe en legt de hoorn neer.

Maar tijdens de vliegreis Rome-Amsterdam/Schiphol wordt hij bevangen door een gevoel van depressiviteit. Al die schandalen in de kerk en zijn eeuwige rol als ‘excuus-truus’. Wat moet hij in godsnaam zeggen in die uitzending? Wat kan hij eraan doen dat het priesterambt door zovelen bevuild is met criminele wandaden? Steeds weer moet hij  verantwoording afleggen voor daden van anderen in het priesterambt. De Nederlandse kerkleiding is maar wat blij dat niet telkens zij maar Bodar licht op de zaak moet werpen op de Nederlandse tv! Hij is een soort mediabisschop geworden. Hij heeft die rol van de Nederlandse kerkleiding toebedeeld gekregen, maar heeft het er zwaar mee. Hij had nooit beseft in wat voor wespennest hij terecht zou komen.

Hij koestert voor zichzelf de waarden en gebruiken van de katholieke kerk, de liturgie, de mystieke aspecten van het geloof en is een diep religieus mens. Dat diezelfde kerk zich in de afgelopen eeuw zo onvoorstelbaar misdragen heeft, verandert niets aan zijn religieus besef. Maar hoe die boodschap nog te verdedigen? Wie wil nog lid zijn van een kerk die zich zo misdraagt?

Kun je wat mensen elkaar aandoen binnen de kerkgemeenschap gescheiden zien van een individueel besef van religieusiteit? Die vraag speelt telkens maar door zijn hoofd in het vliegtuig naar Schiphol. Hoe kun je nog vertrouwen opbouwen, mensen weer winnen voor de goede zaak? Het lijkt bijna een onmogelijke opgave, want in de afgelopen tijd volgde het ene na het andere schandaal elkaar in hoog tempo op.

Vermoeid stapt hij aan het begin van de avond in de taxi die hem naar het Mediapark in Hilversum brengt. Heeft het nog zin, zo´n tv-uitzending? Wat moet hij zeggen? Wie gelooft hem nog? Hoe moet dit alles aflopen?

De taxichauffeur herkent Bodar en wenst hem sterkte toe voor de uitzending van Pauw en Witteman, als ze stoppen bij het Mediapark. Hij heeft het NRC-artikel ook gelezen; hij had eerder al besloten de kerk de rug toe te keren. Maar hij heeft te doen met Bodar, die er vermoeid en getergd uitziet. Die medemenselijkheid, waar in de kerk over gesproken werd, dat is op zich een belangrijk goed. Maar daar heeft het juist zo aan ontbroken bij al die paters en priesters die jongens misbruikt-, en zelfs naar nu blijkt gecastreerd hebben.  “Die paters van die jongensinternaten waren wolven in schaapskleren“, stelt hij bij zichzelf vast, terwijl hij Antoine Bodar in de verte ziet verdwijnen op weg naar de tv-studio. “Maar ja, hoe kun je  eigenlijk beoordelen of een mens integer en betrouwbaar is?” vraagt de taxichauffeur zich vervolgens af. “Ook buiten de kerk kom je immers heel wat wolven in schaapskleren tegen..!” Hij zucht diep en rijdt langzaam de donkere nacht in………..

Geplaatst in Gedachten | Tags: | Een reactie plaatsen